Zoeken

De geschiedenis van een klein gebaar

Bijgewerkt: feb 16

Elke dag kom ik een vrouw in een geblindeerde auto tegen die haar raampje een heel klein stukje naar beneden doet om mij met haar vingertoppen te begroeten. Voor mij is zij onzichtbaar en toch stemmen haar vingertoppen me altijd vrolijk.



Deze onzichtbare vrouw en haar vingertoppen hebben meer invloed op mij dan zij beseft. Behalve dat ze me elke dag opnieuw vrolijk maakt heeft ze mijn ergernis over het niet zichtbaar zijn, ten positieve veranderd. Voorheen liet ik mensen die in geblindeerde auto’s reden nooit invoegen. Ik wilde ze straffen voor hun onzichtbaarheid en het gevoel van onbehagen wat ik door hen kreeg. De onmogelijkheid tot contact met elkaar en de onzekerheid of de ander mij wel gezien had gaf mij een gevoel van onveiligheid en ongewenste afhankelijkheid.


In plaats van die persoon gewoon (voor) te laten gaan en een prettige dag te wensen, schoot ik in de moraalridderstand zonder een centimeter ruimte te geven. Achteraf kan ik hierom lachen, want ik had alleen mezelf ermee. De andere bestuurder wist helemaal niet waar ik mee zat en heeft mijn strafactie waarschijnlijk niet eens zo ervaren.


Een duidelijk voorbeeld van ‘wie maakt het wie moeilijk’. Ik kan mezelf veel meer rijgenot geven wanneer ik op dit soort momenten de vriendelijke vrouw, die elke dag haar raampje een heel klein stukje naar beneden doet en de moeite neemt om mij te groeten, fantaseer. Het feit dat zij haar raampje een klein stukje naar beneden doet is omdat ze weet dat ik haar niet kan zien en zij mij wil laten weten: ‘Ik heb je gezien en wens je een fijne dag.’


Waarschijnlijk wilde ik haar in mijn keurslijf van normen en waarden duwen, zonder mij af te vragen of zij daar net zo gelukkig van wordt als van het contact wat zij nu met mij heeft.


Vertaald naar de werkplek zie ik overeenkomstig moraalriddersgedrag binnen vakgroepen waar de communicatie stroef verloopt en men elkaar van achter allerlei hoog opgetrokken zelfbeschermingsmuren bekritiseert en soms zelfs intimideert. In plaats van oog te hebben voor de ‘vingertoppen’, wordt er veel tijd geïnvesteerd in irritatie en elkaar geen ruimte geven.


Is dit herkenbaar voor je? Schiet jij regelmatig in de moraalridderstand? Heb je het idee niet gezien te worden en te weinig waardering te krijgen? Lukt het je niet de steeds terugkomende negatieve situaties het hoofd te bieden?


De investering in vriendelijk blijven groeten heeft deze dame uitgenodigd zich geleidelijk meer te tonen. Eerst kwam een hand, later een hele arm, om tot slot na maanden heel enthousiast met hoofd en arm buiten het raam te hangen en van veraf al te zwaaien. Versneld maak ik dit proces mee met de artsen die hun levenskracht hervinden. En dat is kicken.